bubbles.reismee.nl

Marokko 2017: Fes1

Maandag  6 november 2017. Een nationale feestdag in Marokko ter herinnering aan de groene mars in 1975; 35.000 vrouwen uit alle marokkaanse provincies van het koninkrijk trokken de grens met de Spaanse Sahara over, gewapend met vlaggen en afbeeldingen van de koning, om druk te zetten op de Spaanse regering om de Spaanse kolonie op te geven. 

Uit de damesdouches komt geen warm water, dus douchen in de camper, de heren hadden meer geluk. Om elf uur gaan we op zoek naar een taxi om ons naar de Medina te brengen. Dat lukt al heel snel en binnen een half uur staan we bij Bou Jouloud  “de blauwe poort”, de belangrijkste ingang van de Medina. De taxichauffeur was erg spraakzaam; hij vertelde dat er veel toeristen zijn in Fez, dat de hotels goed gevuld zijn. Hij bezweert ons dat we de tuinen naast de Medina moeten bezoeken. Hij is duidelijk trots op zijn stad: de mooiste en oudste van Marokko, volgens de taxichauffeur. Fes heeft een prachtig historisch centrum uit de 13e eeuw. De stadsmuren van Fès ommuren een doolhof van maar liefst 9400 smalle steegjes. Bij de blauwe poort aangekomen staat er onmiddellijk een “gids” naast ons die zijn diensten nogal dwingend aanbied. Voor 200 dirham wil hij een rondleiding geven door de Medina. We slaan zijn aanbod af en gaan op weg. Al snel komen we bij de koranschool, Medersa Bou Inania , gebouwd in de 14e eeuw. Een prachtig gebouw. Helaas konden we niet alles zien, tijdens de middagpauze is de koranschool gesloten voor bezoekers. Dan verder dwalen door de straatjes, op zoek naar de leerlooierijen. Onderweg zien we allerhande zaakjes waar handarbeid plaatsvindt: er wordt genaaid, getimmerd, schapenwol verwerkt, tekst uitgebeiteld in tegels. Tussendoor nog koffie en lunch op een dakterras. Al dwalend komen we bij een hele grote, prachtig versierde moskee, Karaouiyne Mosquee . We mogen natuurlijk als niet moslim niet naar binnen, maar de poorten staan open en we kunnen binnenkijken in een gebedsruimte en de grote binnenplaats. Op die binnenplaats zijn veel vrouwen met spelende kinderen. Uiteindelijk wordt dwalen verdwalen. Onmiddellijk staat er een jongen naast ons die de weg wil wijzen. Wij bedanken voor de eer. Maar we blijven onverrichterzake dwalen. Dan maar de weg vragen aan een militair, deze spreekt echter alleen Arabisch en delegeert de vraag naar een jongeman die daar ook rondhangt. Uit een ooghoek zie ik de vorige aanbieder van hulp in een nis vlakbij staan.  De jongen wijst de weg: zegt “daarginds links” en wijst naar rechts. Enkele bochtige steegjes verder weten we het echt niet meer, en…….de eerste aanbieder van hulp staat ons al op te wachten. Deze keer accepteren we zijn aanbod om ons naar de uitgang te brengen, kosten 1 euro. Hij brengt ons naar de hoofdroute en van daaruit vinden we makkelijk de weg naar “de blauwe poort”. Op weg naar de blauwe poort  besluit Godelieve nog ergens een mooie trui te kopen, na passen, onderhandelen en betalen lopen we verder. Dan mist Godelieve haar fototoestel, vast laten liggen in de truienwinkel, dus terug naar die winkel en ze heeft geluk: het toestel wordt door de verkoper achter een doek vandaan gehaald en teruggegeven. Terug bij de uitgang voor 2 euro nog een gegrilde kipfilet of zoiets met brood gekocht om vanavond te eten, daarna terug naar de camping per taxi, na onderhandeld te hebben over de ritprijs. Op de camping smaakt een biertje uit eigen voorraad na een dag in de stad heerlijk.  Het koelt snel af en om 23.00 was het buiten 10 graden.

Marokko 2017:Meknes2

Tot kort voor middernacht bleef het wat onrustig rond de parkeerplaats, maar daarna doodstil. We hebben goed geslapen. Op zondag 5 november worden we op tijd wakker omdat er weer mensen rond de parkeerplaats in actie komen. De zon staat aan een stralend blauwe hemel; goed begin van de dag. Om 09.00 worden bij de parkeerplaats al twee bussen toeristen uitgeladen. Vanuit de parkeerplaats zijn we naar de voormalige koninklijke graanschuren en stallen gereden, een complex gebouwd in de 18e eeuw, Je rijdt langs het koninklijk paleis over pleinen en door diverse smalle bogen, maar het lukt. Naast de koninklijke graanschuren is een terrein met kermisattracties, zo vroeg in de morgen nog gesloten. Op een groot plein naast de kermisattracties is veel jeugd aan het voetballen. Er duikt onmiddellijk een man op die ons vertelt waar de ingang van de graanschuren is: dank U wel.Bij de ingang zegt de bewaker dat het zijn privewoning is, dat we binnen mogen, maar dat we ons moeten melden bij zijn vrouw. Blijkt er een man achter de kassa te zitten. De graanschuren zijn grote ruimtes met halfronde daken op 9 meter hoogte, er is een ruimte met een groot gat met een rooster over, maar omdat er geen verlichting is, kunnen we ook niet zien wat er onder het rooster zit. Mogelijk water, want in vroeger tijden stroomde er water onder de vloer van de graanschuren om de temperatuur constant te houden, dat in combinatie met de dikke muren. Buiten de schuren is er een tuin met muren met bogen, heel veel muren met bogen, het lijken we kleine aquaducten, het zijn geen aquaducten maar de ruines van de paardenstallen. Vervolgens langs het enorme waterbassin dat bij de graanschuren hoort op weg naar Fes. Aan het eind van het bassin zien we in de verte op oude gebouwen veel ooievaars zitten,  heel erg veel ooievaars, maar bijna geen nesten. W.S zijn het ooievaars op weg naar het zuiden die hier een rustpauze inlassen. Het is druk op de weg rond het oude centrum van Meknes, mede doordat er ergens een hele grote markt gaande is. De autoweg is rustig en rond de middag komen we aan op de mooie camping bij Fes. De receptie is niet al te vriendelijk, wil dat we maar gelijk beslissen hoeveel nachten we blijven en moeten vooraf betalen. Als dat zo moet, blijven we alvast twee nachten en boeken later wel weer bij. Het is best druk op de camping, maar we vinden een mooie plek. het sanitair ziet er nog steeds mooi uit, maar er ontbreken kranen en douchekoppen en warm water krijgen we er niet uit. De mannen gaan op zoek naar brood want het is inmiddels lunchtijd. Op de camping ontmoeten we ook een Fransman die we in jaren geleden op dezelfde camping hebben ontmoet en later ook nog in Marrakech hebben gesproken. We blijken afgelopen nacht in Meknes op dezelfde parkeerplaats te hebben overnacht. Tegen de avond koelt het snel af en de kachel moet weer aan. Als ik terugkom van de toiletten struikel ik over iets dat beweegt, het blijkt een hele grote bruine pad en gele strepen te zijn.

Marokko 2017: Meknes

Vrijdag 3 november zijn we vanuit Chefchaouen, via Volubilis naar een camping 30 km noord van Meknes gereden.We konden niet via het centrum van Chefchouen rijden volgens een marokkaan ter plaatse, dus dan maar via een omweg.  De weg was deels goed, deels erg slecht. Route liep eerst door berggebied, het laatste deel was landbouw, heel veel stromijten en omgeploegd land. Een erg arm gebied aan de bebouwing te zien. Er waren ook veel olijven boomgaarden, ook veel jonge aanplant; hier en daar was men olijven aan het oogsten. Ergens bij een stadje onderweg was een hele grote sloppenwijk: golfplaten huisjes, dicht op elkaar gebouwd. Veel zwerfvuil her en der ook op deze route, soms was het vuil ook duidelijk met opzet gestort. Thieu, Godelieve en Ben hebben de ruines in Volubilis bezichtigd, ik heb met Bubbles op het enig aanwezige terras gewacht. Volubilis is een gebied met resten en ruines uit de romeinse tijd, met vooral erg mooie mozaiek vloeren van kleine tegeltjes. Sinds ons vorige bezoek heeft men wel verbeteringen aangebracht, de toegangsweg  en parkeerplaats zijn nu geasfalteerd en ook de ingang is veranderd.  Er waren veel bussen met Noorse bezoekers. Deze excursies hebben altijd begeleiding van een gids .Op de camping aangekomen werd ons verteld dat er weinig water was tot morgenochtend 08.30u, geen probleem voor ons.

Zaterdag 4 november. Om 08.00 kwam de campingbaas langs de aanwezige kampeerders met voor iedereen een glaasje marokkaanse thee. Het douchewater in de damesdouche begon heerlijk warm om 09.00, helaas was dat van korte duur; binnen enkele minuten was het water koud en werd niet meer warm. De rest heeft toen maar een douche genomen in de herendouches, daar bleef de watertemperatuur goed. Om 10.00 uur was iedereen gereed voor vertrek naar Meknes, een rit van minder dan 20 km. Eerst de campingbaas gevraagd om een plattegrond van Meknes. Tot mijn verbazing tekende hij voor mij een hele goede plattegrond van het centrum. De camperparkeerplaats in het centrum tamelijk makkelijk gevonden, maar plek krijgen tot zondagmorgen was wat lastiger, er stonden 2 campers die nog moesten vertrekken, daarna zouden wij daar kunnen staan om te overnachten. Eerst dus een tijdelijke plek, anderhalf uur later zouden de 2 campers weg zijn. Na anderhalf uur waren de twee campers helemaal niet weg. "Ga maar eerst wat eten". Weer terug naar het  Lahkdim plein, nu om te eten. Toen we na de lunch terugkwamen was de plek inderdaad vrij. De parkeerplaats heeft permanente bewaking, een parkeerwacht en in elk geval politie, want de parking ligt tegenover het koninklijk golfterrein, en dat wordt 24 uur per dag bewaakt. We hebben eerst de mooie Medersa( koranschool )uit 1916 bezocht, nu niet meer in gebruik, vervolgens de overdekte en de straatmarkt bezocht, het was er behoorlijk druk en tegen vijven stonden er veel extra kraampjes en kon je over de hoofden lopen, maar weinig toeristen te zien. Het mausoleum was gesloten ivm renovatiewerkzaamheden.Tegen vijven zijn we terug gegaan naar de campers om even bij te komen. Toen we om 19.00 terug liepen naar het grote plein, kon je ook daar bijna over de hoofden lopen, enorm veel mensen op de been en inmiddels het plein veranderd  in een markt, waar je vers gekookte escargots kon eten, paardrijden en nog wat activiteiten. Om 21.00 was het plein nagenoeg leeg, begonnen de restaurantjes op te ruimen en hadden de marktkooplui hun spulletjes weer ingepakt.Terug in de camper toch maar even de verwarming aan, het is n.l best fris, mede door een koude wind.

Marokko 2017: Chefchaouen

Dinsdag 31 oktober zijn we vanuit Conil de La Frontera via een “toeristische” route naar Los Barrios gereden. De weg was eerst 2 baans, maar na een dorp met een tiental heuvels in de weg werd de weg smaller. Een wat heuvelachtig landschap met veel vee en omgeploegde akkers was het zicht. Zeer dun bevolkt. Veel mooie pijnbomen. De weg zou langs 2 stuwmeren lopen, maar we hebben geen stuwmeer gezien. Weer op de autoweg zagen we wel armen van het stuwmeer, maar er stond erg weinig water in, op het drooggevallen deel groeide gras en liep rundvee. We waren vroeger dan afgesproken op de parkeerplaats van de Lidl in Los Barrios. Dan maar even de chinese bazaar bezocht, gelegen naast de Lidl. Die chinese bazaar is een giga action-winkel.Toen Godelieve en Ben ook gearriveerd waren zijn we eerst tickets gaan halen, dat ging snel, maar net op tijd ontdekten we dat we tickets voor een andere maatschappij hadden gekregen dan bedoeld, volgens de medewerker in het reisbureau had ik niet verteld welke maatschappij de voorkeur had. Desondanks werden de tickets netjes omgeruild voor tickets van de gewenste maatschappij. Daarna de laatste boodschappen gedaan bij de Lidl en naar de camperplaats bij de jachthaven van La Linea de la Concepcion gereden. De jachthaven ligt tegen Gibraltar aan, we zagen en hoorden verschillende vliegtuigen van dichtbij opstijgen, gelukkig wordt er in de nacht niet gevlogen. Boven de top van Gibraltar hing heel de middag en avond een grote mistwolk, terwijl het enkele honderden meters verder, waar wij stonden stormde. 

Woensdag 1 november: het heeft heel de nacht gestormd. Om 07.00 zijn we richting haven van Algeciras gereden.  Voor de ferry naar Tanger-med zagen wij een hele lange file staan. Er waren geen wachtenden voor de ferry naar Ceuta en na ons ticket ingewisseld te hebben voor een “boarding”pas mochten we de Ferry oprijden. Een goed uurtje later reden wij Ceuta binnen. Ook bij de grens naar Marokko was het rustig, vandaag was in Ceuta alles gesloten ivm Allerheiligen, dus ook maar een enkele Marokkaanse smokkelvrouw bij de grens. Gelijk natuurlijk weer ongevraagde hulp voor de grensformaliteiten, die hulp een paar maal afgewezen, maar de man bleef zich melden met ongevraagde adviezen. De paspoorten waren snel gestempeld, Thieu had een nieuw paspoort en kreeg een nieuw politienummer. Toen Godelieve bij de paspoortman kwam viel het computersysteem uit, dus dat duurde even langer.  Vervolgens het kantoortje voor invoer camper; ging deze keer vlekkeloos, geen gezeur over een zogenaamd 4 jaar geleden ingevoerd voertuig, waarschijnlijk omdat dat voertuig gekoppeld was aan Thieu’s vorige politienummer. Vervolgens de douane die een vluchtige blik wierp in de camper, vroeg of we wapens vervoerden. Handtekening, stempeltje en rijden maar. Later bleek dat de advies gever  2x om geld voor zijn ongevraagde diensten was komen vragen bij Thieu.  Bij Godelieve en Ben zag de douanier de poezen toen hij in de camper wilde kijken en toen hoefde hij niet meer naar binnen. Met een uurtje waren we door alle grensformaliteiten heen, niet slecht. Het is in Marokko een uurtje vroeger dan in Europa, dus om half tien reden wij richting Tetouan. Daar bij de Marjane supermarkt internet geregeld, marokkaans geld gepind en wat boodschappen gedaan. Vervolgens naar Chefchaouen gereden.  Een groot deel van de N2 is inmiddels 4 baans, dat schoot goed op. De stuwmeren onderweg waren nagenoeg leeg, blijkbaar lange tijd te weinig regen gevallen in die regio. Na de lunch via een trap vanuit de camping die op een heuvel boven het stadje ligt, naar het stadje gelopen. Door de medina gedwaald en een terrasje gepakt bij de waterval. Bij de waterval was blijkbaar een evenement  bezig. Meerdere terrasjes langs de waterkant en in het water, stalletjes met traditionele kleding en vrouwen in traditionele kleding, die tegen betaling gefotografeerd wilden worden. Toen het donker begon te worden hebben we wat gegeten in een restaurantje, 4 euro per persoon waren we daarna armer, vervolgens voor 1,5 euro een taxi terug naar de camping.

Donderdag 2 november. Het was marktdag in Chefchaouen, kilometers lang in de straten stonden stalletjes met van alles te koop. Het begon met een grote groenten- en fruitmarkt, maar ook vis, kleding, huishoudelijke artikelen en levende kippen en alles wat je nog meer kunt verzinnen behalve dieren, werd verkocht. Heel veel vrouwen van buiten de stad probeerden kleine hoeveelheden groenten en fruit te verkopen. Veel vrouwen waren in zeer traditionele plattelandskleding gekleed: een rok, daarover een kleurige doek, een trui, daarover een kleurige doek of badhanddoek en dan een strohoed met kleurtjes tegen de zon; sommige vrouwen droegen nog weer een doek of badhanddoek over hun hoed. De meeste dames waren echter in een lang gewaad en een hoofddoek gehuld. Na ruim 1,5 uur door de straten met marktkramen gedwaald te hebben was het tijd om terug te gaan naar de camping voor de lunch. Er is nogal wat hoogteverschil in Chefchaouen en we waren al die tijd gedaald. We wisten ook niet precies waar we waren, dus we wilden terug met een taxi. Deze keer vonden we een 4 persoonstaxi: witte oude Suzuki busjes die in grote getale aanwezig waren. We vonden een busje dat ons voor omgerekend 3 euro naar de camping wilde brengen: deal! De chauffeur had haast en wilde te snel vertrekken, Godelieve wilde net instappen toen hij al begon te rijden. Uiteindelijk kwam alles goed en werden we netjes bij de camping afgeleverd. De middag besteed aan zon en geknutsel om alle internetmogelijkheden van onze vrienden werkend te krijgen. Intussen probeerde een van de wilde katten in onze camper te komen wonen, na een keer of vijf de kat uit de camper gejaagd te hebben, de deur maar dicht gedaan. Tegen de avond nog maar eens naar de stad gelopen om te eten, daar was het nog steeds erg druk, opvallend veel westers geklede tieners ook. We hebben genoten van een heerlijke kebabschotel.

Conil de la Frontera 2017

Op vrijdag 27 oktober zijn we van Sevilla naar Conil de Frontera gereden via de N IV. Prima weg met veel vrachtwagens die goed doorrijden. Een groot deel van de route voerde door saai, kaal, vrij vlak landschap. Erg dun bevolkt ook: hier en daar een Hacienda, soms een groep armoedige huisjes. Rond Cadiz is er veel water, de "wetlands" waar ook zout gewonnen wordt, op sommige plaatsen liggen hoge heuvels van zout aan de waterrand; deze zoutbekkens zijn aangelegd door de romeinen en worden nog ge-exploiteerd. De camping in Conil de la Frontera is zeer dun bevolkt, de overwinteraars komen pas in december en het restaurant is helaas gesloten ivm. vakantie. De camping heeft veel bomen, dus veel schaduw; onze tijdelijke duitse overburen konden geen plek vinden waar ze ook tv ontvangst  hebben via de schotel, dus nu rijden ze af en toe  naar een kaal deel achter op de camping als ze tv willen kijken, we gaan vanavond naar de “bioscoop” noemen ze dat. Na wat rust, schoonmaak en (alweer) de was zijn we op zondag naar het strand gefietst. Het was er gezellig druk, veel Spanjaarden genoten er van hun vrije zondag.  In het dorp was blijkbaar in de morgen een bijeenkomst ter ere van……..? , bezocht door voornamelijk vrouwen met kinderen, allen droegen een wit tshirt met roze tekst. Tegen 2-en was de bijeenkomst voorbij, lunchtijd in Spanje. Aan de rand van het dorp staat een enorme circustent, een Portugees circus, er waren de laatste dagen diverse voorstellingen, maar op maandag begonnen ze af te breken. Het circus stond naast het plaatselijke kerkhof en ook daar was het druk: er werden bloemen gebracht, 1nov, Allerheiligen is een belangrijke feestdag in Spanje. Het kerkhof is trouwens een bovengrondse begraafplaats. Er staan alleen rijen “flats” van 5 etages en 20 kolommen hokken ter grootte van een kist. Nergens een urnenmuur gezien. De reeds gevulde plekken zijn allen voorzien van een steen met uiteenlopende tekst en versiering. Sommige kolommen vormen samen een familiegraf, dan is er maar een lange grafsteen of meerdere kleine, waarbij op de bovenste steen staat dat het een familiegraf is. 

Ik bedacht opeens dat er de eerstkomende weken geen kapster in de buurt is, dus beter nu maar naar een Spaanse kapster. Op maandagmorgen dus via de campingreceptie op zoek naar een kapster die tijd had. Dat is gelukkig gelukt, en ook nog voor de vriendelijke prijs van 15 euro voor een knipbeurt, dus we kunnen er weer even tegen.  De 12-230 omvormer is inmiddels vervangen door een nieuwe, kunnen kopen in een campingwinkel in Portugal en nu weer werkend in de camper.  Dinsdagkomen onze vrienden naar Los Barrios en gaan we samen tickets voor de overtocht naar Ceuta kopen, dan kunnen we woensdagochtend oversteken.

van Evora naar Sevilla

Maandag 23 oktober: De zon schijnt en we vertrekken van de camping in Lissabon. We rijden snel en zonder files Lissabon uit. 40 km zuid van Lissabon staan veel druiven, daarna rijden we door erg droog heuvelachtig gebied, veel mestvee en omgeploegde akkers met bomen, geen brandresten te zien. Na 160 km arriveren wij op een camping in Evora. Het is niet druk op de camping; tegen de avond ong. 25 kampeerders.

Evora is een kleine oude stad met resten uit de Romeinse tijd en Moorse invloeden. We zijn er per fiets heen gegaan vanuit de camping.  Nou blijft fietsen in Spanje en Portugal interessant; ze hebben wel fietspaden, zo ook hier in Evora, maar zo’n fietspad kan zomaar opeens ophouden en 100 meter verder weer beginnen, of het fietspad maakt opeens een haakse bocht naar de overkant van de straat,

Smalle straatjes binnen de stadsmuren van Evora. Enkele groepen toeristen lopen door de stad. We bezoeken de kathedraal en de binnentuin die bij de kathedraal hoort. Heel mooi, maar wel veel gelijkend op eerdere kathedralen. De kathedraal heeft diverse zijkapellen, heel erg donker. Als je meer wil zien van zo’n kapelletje kun je verlichting aandoen door 50 cent in een automaat te stoppen. Een van de kapellen is inderdaad heel erg mooi en als een Francaise ontdekt dat wij de verlichting hebben aangedaan dmv 50 cent in de automaat, gaat ze snel haar kinderen halen die ergens in de kathedraal lopen. Het belangrijkste romeinse overblijfsel, een zuilengalerij is onzichtbaar door doeken: het monument wordt gerenoveerd. Een Aquaduct dat er ook moet zijn kunnen we niet vinden. Het was inmiddels 26 graden en na wat boodschappen te hebben gedaan  bij een grote supermarkt in de buurt van de camping, hebben we nog tot na zessen(voor Nederland na zevenen) buiten gezeten. Na het avondeten een dutje, maar opeens leek bubbles van de bank te vallen met veel kabaal: bleken we tot groot ongenoegen van Bubbles 2 wilde katten op bezoek te hebben in de camper.

Dindsdag 24 oktober: Wasdag: bed verschonen en alles wassen wat in de “wasmand” ligt. De wasmachine wast hier snel, binnen anderhalf uur 2 wassen gedraaid en op de draad om te drogen. Een Duitser vertelt dat we het aquaduct tot het begin kunnen volgen en er dan ook over kunnen lopen. Dus per fiets tot ong. 2 km buiten het stadje het aquaduct gevolgd. Je kunt er dan inderdaad over lopen, de waterloop is wel afgedekt met natuurstenen, maar er zit ergens een opening in de stenen waardoor je in de waterloop kunt kijken. Er stroomt water over het aquaduct, we weten niet waarheen en of het water ergens voor gebruikt wordt. Het hele aquaduct is ruim 9 km lang en nog aardig intact. Alleen het stuk binnen de stadsmuren is geintegreerd in gebouwen en moeilijk herkenbaar als deel van het aquaduct. We ontmoeten op de camping ook een Canadese dame uit Vancouver, zij trekt drie maanden in een franse camper door europa. Ze heeft de camper gekregen via een ruilprogramma, zoiets als huizenruil voor vakantie. 

Woensdag 25 oktober: weer een stralend zonnetje als we naar het zuiden rijden. Het landschap is wisselend,  eerst wat vlak en veel druivenvelden, daarna heuvels en veel olijfboomgaarden, dan weer vlak met veeteelt en landbouw, een onherbergzame bergachtige streek en vervolgens meer bebouwing en heuvelachtig. Ergens liepen varkens in een wei, scharrelvarkens dus, ook kwamen we een ezelkar tegen. De eerste km’s was het wegdek prima, maar daarna had de weg duidelijk gebrek aan onderhoud. Veel huizen in deze streek hebben schoorstenen die lijken op een vuurtoren. Heel grappig om te zien.

We zijn naar Praya da Marinha gereden, een prachtig rotsstrand ten westen van albufeira.Er waren erg mooie rotsformaties te zien. We hebben er onze lunch gegeten en een wandeling over de rotsen gemaakt.Vervolgens verder naar een camping in Armacao de Pena.  De camping is een grote zandvlakte met bomen waar het nu rustig is, maar waar over 1 maand heel veel overwinteraars staan. Plaats indeling kent de camping niet, dus iedereen staat schots en scheef door elkaar. Op de camping ontdekten wij een camperservice en winkel van een Duitser en hij had een passende 12 naar 230 volt omvormer voor ons. We moeten de omvormer een dezer dagen nog inbouwen.

Op 26 oktober verder naar Sevilla, maar eerst tanken. Dat is soms nog goed uitkijken in Portugal: diesel is gasolea en benzine is gasolina. Een vergissing is snel gemaakt maar levert wel problemen op.De dieselprijs in Portugal is trouwens 20 cent per liter duurder dan in Spanje.We rijden tolweg, dus bij elke afslag staat hoeveel het stuk autoweg vanaf de vorige afslag gekost heeft. Het bedrag wordt automatisch van je creditkaart geschreven als je je bij binnenkomst in Portugal geregistreerd hebt(hebben wij), anders wacht je thuis een boete vanuit Portugal. Onderweg zien we in onbewoond gebied ergens half verborgen meerdere grote tenten staan. Ook op het veld naast de camping in Evora stonden 3 tenten, daarin woonden meerdere mensen en kinderen. We weten niet of het zigeuners zijn; de tentbewoners in Evora bezaten 2 paarden.

De grens tussen Portugal en Spanje wordt gevormd door een rivier. Geen grenspost meer te zien richting Spanje, wel de klok die een uur vooruit gezet moet worden.In de buurt van Huelva weer veel ooievaarsnesten, maar we hebben maar 2 bewoonde nesten gezien.In Sevilla is het 28 graden als we aankomen, de camping is aardig bezet. Het valt op dat er in zuid Portugal en in Sevilla veel fransen met kinderen zijn. Blijkbaar is er ergens in frankrijk schoolvakantie.Tegen tienen vanavond hoorden we een blaaskapel met trommelaars mooie muziek maken. Een concert van ruim een half uur. De campingpoort die al gesloten was werd opengemaakt en we gingen met een heleboel gasten naar buiten om het gezelschap te zien, maar w.s was de blaaskapel te ver weg, want we zagen in heel de straat niets.

Lissabon

Zaterdag 21 oktober 2017. We zijn terecht gekomen op  campismo de montesanto, een camping in de buitenwijken van Lissabon. Wat ons betreft een fraaie camping met teveel schaduw voor dit seizoen. Mooie ruime plaatsen met verhardde ondergrond en een individuele afvoer, vuilnisbak, elektra, waterkraan en picknicktafel. De camping is goed bezet met vele nationaliteiten. Ook de Portugezen zijn goed vertegenwoordigd. Vooraf betalen, dat dan weer wel.

De bus stopt dicht bij de camping, voor 1,85 pp reizen we naar het centrum van Lissabon. Een rit van een klein uur. Op het plein van aankomst, de Praca da Figueira, stond een grote groep mannen  te zingen, ze hadden ook een vaandel bij, maar we weten niet waarover het ging. Op meerdere plaatsen in de stad stonden straatmuzikanten. Klonk heel gezellig allemaal. 

In het centrum van Lissabon staat een hoge  ijzeren toren, je kunt met de lift naar boven voor uitzicht over de stad; er stonden lange rijen voor de ingang.

Veel steden in Europa hebben prima, schone openbare toiletten, maar niet in Portugal. Uiteindelijk kwam ik terecht bij “de meest sexy toiiletten van Europa” Gebruik van dit toilet kostte 1 euro, die je weer terug kreeg als je in de shop iets kocht. Inderdaad heel mooie schone en ruime toiletten, dat wel. Er werd me uitgelegd dat de naam een bekende merknaam in Portugal is, zal wel zo zijn. 

Lissabon is een grote stad, levendig, met veel pleinen en terrasjes. Veel oude gebouwen, niet alles even goed onderhouden. Heel erg veel huizen zijn aan de voorkant betegeld, soms een beetje saai. De stad is ook erg heuvelachtig. We wilden een kasteel bezoeken, gelegen op een heuvel in een oude wijk, er stond een meterslange rij voor de kassa. Van het bezoek hebben we maar afgezien en na nog een eindje door de kleurrijke smalle straatjes te hebben gelopen zijn we met een lift naar een lager gelegen stadsdeel gegaan. 

Op zondag 22 oktober opnieuw naar Lissabon-stad, nu naar de wijk Belem, een busrit van een half uurtje. We wilden graag het Hiëronymietenklooster,  gebouwd in de 16e eeuw, bezoeken,  maar de rij wachtenden voor de kassa was 100 meter lang; het klooster is gecombineerd met het maritiem museum; na de lunch konden we wel de kloosterkerk bezoeken, de file aldaar was weg. In de kerk (Santa Maria) liggen graftombes van koning Manuel en zijn familie, maar ook van Vasco da Gama, de ontdekkingsreiziger.

Voor de kloosterkerk stond een grote groep muzikanten, deze keer met instrumenten en er werd tevens en show opgevoerd.Het was er overal heel erg druk, hele bussen vol toeristen werden aangevoerd in deze wijk, kleinere transportmiddelen reden ook af en aan: tuk-tuks, taxi’s, trams. Tegenover het kloostercomplex is een groot plein met een hele grote fontein. En dan aan de waterkant weer een monument: Padrão dos Descobrimentos, een monument ter ere van de Portugese ontdekkingsreizigers die in de 15de en 16de eeuw de wereld hebben verkend.Langs de waterkant zijn we naar de “Toren van Belém” gelopen, een verdedigingstoren aan de oever van de rivier de Taag uit het begin van de 16e eeuw. Een heel mooie toren, maar ook hier file voor de ingang.

Langs de waterkant zat een man die hangers maakte van oude munten, met een ijzer-figuurzaag bewerkte hij de munten; zaagde er de vlakke stukken uit. Hij had ook een hanger van onze nederlandse gulden gemaakt.

Tomar/Batalha/Sintra

Dinsdag 17 oktober. Het heeft flink geregend vannacht en vanmorgen waren alle branden uit of onder controle en de autowegen weer open. We zijn naar Tomar gereden, 220 km zuid-oost van Porto. Onderweg zagen we de verbrandde bossen, op veel plaatsen rookte het nog, met de bijbehorende stank.

 In Tomar is geen camping, maar de voormalige gemeentecamping is wel beschikbaar voor overnachting. Er is een toilet, er is water, een sanistation en vuilnisbakken. Er is tussen 8.30 en 17.30 een WSW-er aanwezig die de toiletten schoonmaakt en de camping schoonhoudt. Een perfekte  kampeerplaats, op een paar honderd meter van het centrum, als je zelfvoorzienend bent. Een mooie locatie ook .We hebben per fiets het stadje verkend, morgen staat een bezoek aan het tempeliersklooster op het programma. 

Tomar is een leuk stadje met oude gebouwen met veel gebrek aan onderhoud. Wel heeft de gemeente straatjes en pleinen mooi bestraat en autovrij gemaakt. Er zijn veel winkeltjes en restaurantjes. We hebben gegeten bij een leuk Italiaans restaurant. Na een zonnige dag begon het vanavond weer te regenen. Het heeft het grootste deel van de nacht geregend, maar op woensdagmorgen scheen de zon. We zijn naar het tempeliersklooster (convent Monte Cristo) gelopen, een flinke klim vanuit het dorp.Het convent is een enorm gebouwencomplex met een heel bijzondere ronde kerk uit de 16e eeuw met eromheen meerdere kloosters en binnentuinen. Vooral de kerk is heel bijzonder, met beelden, zuilen, wandschilderingen en panelen. We hebben er bijna 2 uur rondgewandeld, het bezoek was echt de moeite waard. Tegen de avond arriveerde een stel dat we op de camping in Vila Cha als buren hadden, reden om samen gezellig een borrel te drinken. Later op de avond gaf onze 12 naar 230 volt omvormer er de brui aan, telefoons, camera en computer kunnen nu niet meer opgeladen worden als we niet aan elektra staan, dat de tv het zonder elektra niet meer doet is minder belangrijk. 

Donderdag 19 oktober vertrokken uit Tomar en naar het 45 km noordwestelijker gelegen Batalha gereden. In Batalha ligt ook een klooster met een heel erg mooie kapel. De kapel en het klooster zijn versierd met filigraan uitgehouwen uit steen. Heel erg mooi om te zien. In de kapel zijn de tombes  van een koning, zijn vrouw en hun zonen. Ook de tombes zijn bewerkt en voorzien van filigraan versieringen. De hoofdkerk zelf is niet zo bijzonder, wel is er nog een onafgebouwde kerk, er zit geen dak op. De koning die deze kerk liet bouwen overleed voordat het bouwwerk klaar was. Ook daar veel versieringen uit steen gehouwen, maar heel anders dan de filigraan versieringen. Vanuit Batalha zijn we weer doorgereden naar Sintra, Onderweg een heuvelachtig landschap met allemaal kleine akkers of bossen. Op de kleine akkers teelt iedereen wat anders, vaak druiven. Het levert een mooi zicht met herfstkleuren op.

Sintra is een zeer toeristisch plaatsje net ten noorden van Lissabon, de plaats ligt aan de rand van een natuurgebied dat in vroeger tijden werd gebruikt als zomerresidentie van diverse koningen. Er liggen meerdere enorm grote landgoederen/kastelen in het gebied. Ze zijn allemaal te bezoeken maar kosten veel entreegeld.  Zelfs een busrit langs 2 kastelenkost de hoofdprijs. In het plaatsje zelf ligt volgens de gidsen het kroonjuweel van de mooie, bijzondere gebouwen. Wij vonden het gebouw aan de buitenkant helemaal niet mooi, de binnenkant hebben we niet bezocht. Het plaatsje zelf is klein met smalle straatjes, veel winkeltjes en restaurantjes en heel veel toeristen, zelfs half oktober. Onze overnachtingsplaats is deze keer op een wat vreemde parkeerplaats, gelegen tussen twee voetbalvelden waarop elke avondgetraind wordt. Naast de velden zijn bouw en graafwerkzaamheden bezig, dus overdag en in de avond niet bepaald rustig. 

We hebben goed geslapen, de nacht was rustig, maar heel de nacht en vrijdagmorgen motregende het. We dachten langs de landgoederen in het natuurpark te rijden met de camper, maar de wegen zijn zo smal dat we in plaats daarvan een route naar de zee hebben genomen. Dan konden we langs de kust naar Lissabon rijden. Ook die route leverde smalle kronkel wegen op, als we een bus tegenkwamen paste het passeren maar net. We zijn naar Cabo da Roca gereden, het meest westelijke rotspuntje van Europa. Duidelijk een bezoekpunt voor toeristen, bussen brachten ladingen toeristen, na een half uurtje vertrokken de bussen weer. De zee was wild en sloeg tegen de rotsen, een mooi gezicht. Daarna langs de mooie rotskust via Cascais naar Lissabon. Aan de kust scheen de zon, in Lissabon was het bewolkt en motregent het af en toe.